door:
Jan van Mersbergen
Datum:
2/2/2017

In een Amsterdamse kledingwinkel zoeken vier Amsterdamse jongens naar geschikte jassen, broeken, mutsen, naar een nieuw pekske. We hebben een idee, behoorlijk vaag nog, en dat idee wordt tijdens het winkelen aangevuld. Een van de jongens heeft in deze winkel al verkenningswerk gedaan, een week eerder. Hij loopt direct naar een rek met grote jassen. Hij pakt er een jas uit, hij weet precies welke hij moet hebben, en het eerste wat hij doet: de jas binnenstebuiten keren. Vastelaovend is: alles binnenstebuiten keren. Hij trekt de mouwen binnenstebuiten, draait dan de kraag om, trekt dan de jas aan. Hij staat voor de spiegel.

Begint erop te lijken, zegt hij.

Dit is de basis, als we die hebben kunnen we gaan optuigen, dan kunnen we kleur gaan aanbrengen.

Ik heb ondertussen een muts gevonden. Als ik de bovenkant eraf knip en daar een ander mutsje met kleur onder doe, dan wordt het wel wat.

Een andere jongen kijkt bij de bak met riemen en tassen, alles van leer. Er zit een riem bij waar kleine rode glinsterende kraaltjes ingezet zijn. Die legt hij apart.

Onze stelling is: je bent vanaf je middel zichtbaar, alles daarboven. Broek en sokken en schoenen zijn veel minder in beeld, deels omdat mensen nu eenmaal eerst naar je hoofd en bovenlichaam kijken, deels omdat we de helft van de tijd aan een bar staan. Toch waren de bordeauxrode sokken van ons jagerspekske van drie jaar geleden een geweldige zet. Alle jongens hadden dezelfde dameskousen die over je gewone sokken konden. De hiel was eruit geknipt. Die kleur, om alle kuiten, maakte het pekske van de groep tot een geheel. En dat is wat je wilt: samen zijn en hetzelfde verhaal vertellen.

Herkenbaar zijn, en toch individueel genoeg om op te kunnen vallen.

De fanatiekste jongens doen zo veel aan hun jas en muts, ze lopen erbij als kerstbomen: vol lichtjes, slingers, accessoires. Vol kleur. Dat kan alleen als de ondergrond vrij sober is. Op een jas met kleur vallen details weg. Belangrijk.

We hebben blauw gehad als basiskleur. Italiaans. Dat werkte bijzonder goed, vooral met witte broek en blonde pruik erbij.

We hebben jagersjasjes en pilotenjasjes gehad. Die piloten waren vanzelfsprekend automatische piloten. Grauwe jasjes, maar wel compleet volgehangen met kleur. Onder het automatische piloten hadden we een groene en een gele sok, speciaal afgesproken.

Welke sok moet dan geel en welke groen? vroeg iemand.

Dat was eenvoudig: de rechter moest geel, de ander was Groen Links.

Dit jaar is het pekske natuurlijk nog geheim. Iedere vastelaoveszondag presenteren de jongens van BBVVV den Amsterdammers (Boètegewone Boètegemeintelijke Venlose Vastelaoves Vereniging) hun nieuwe pekske om 11 over 11 op de stoep voor het hotel.

Er staat helaas nooit iemand te kijken, maar we houden vol.

In mijn eerste Venlose jaar waren we Schotten. In kilt en met een Tiroler jasje dat vol Schotse ruit geplakt was. En rooie pruiken natuurlijk. De burgemeester van Venlo was in die tijd Bruls. Hij stond na de sleuteloverdracht op de markt en ging met gezelschappen op de foto, met het stadhuis op de achtergrond. Een van mijn Amsterdamse Schotse vrienden wilde ook wel zo’n foto, dus hij riep: Burgemeester, foto!

De burgemeester deed zijn jasje goed en ging voor het stadhuis staan. Wij gingen tegenover hem staan en mijn vriend gaf de burgemeester de camera.

Dat is Vastelaovend. De rollen echt omdraaien. Kleur geven aan je pekske én kleur geven aan de vastelaovesdagen.

De burgemeester maakte de foto en we lieten die dag bevriende vastelaovesvierders en barpersoneel en wie dan ook de foto van de burgemeester zien. Als ze scherp waren zeiden ze: Maar hij staat er helemaal niet op.

Maar hij heeft hem wel gemaakt!

© Foto van Bob Bronshoff

Website Jan van Mersbergen www.janvanmersbergen.nl

Videocredits, geïnspireerd op de roman Naar de overkant van de Nacht van Jan van Mersbergen, Tekst & Muziek: Frans Pollux. Zang: Marco Schell, Bart Houtermans, Jacques-Paul Joosten, Lex Uiting en Frans Pollux.